22
Sep

Alphen

   

 

alphen

Gezicht op de kerktoren van Alphen, 31 oktober 1832. Uit: Herinneringen van de haagsche schutterij te velde 1830-1832, atlas van Abraham van Stolk, Historisch Museum Rotterdam. De schutterij was twee maanden in het dorp gelegerd.
Alphen wordt voor het eerst vermeld in 709 n.Chr. Het dorp telde 70 huizen in 1840, met 431 inwoners verdeeld over de wijken Kerk, Goeden Tijd, Druisdijk, Vijfhuizen, Alphen-Oisterwijk, Ter Over, Boshoven en Kwaalburg. Alphen, eeuwenlang bestuurlijk en juridisch verbonden met Chaam, werd in 1810 samengevoegd met Riel. Dit dorp telde 33 huizen in 1840, met 202 inwoners. In beide dorpen leefden de bewoners hoofdzakelijk van de landbouw. In de 19de eeuw ontwikkelde zich enige nijverheid. In 1854 waren in de gemeente Alphen-Riel 2 bierbrouwerijen, 7 leerlooierijen, 3 olie- en 3 korenmolens te vinden.

Wat de kerkelijke kant betrof, de parochie Alphen omvatte ook de dorpen Chaam en Riel. Chaam werd in 1463 tot zelfstandige parochie verheven, ten aanzien van Riel gebeurde dat in ca. 1520. De al door St. Willibrord in Alphen gestichte kapel werd meerdere malen vergroot en verbouwd. De samen met de toren in de eerste helft van de 16e eeuw gebouwde gotische kerk werd in 1648, als gevolg van de Vrede van Munster, gesloten. De katholieken werden zo gedwongen hun diensten in een schuur (schuilkerk) te houden. Na de Vrede van Munster kwam in 1653 de kerk in gebruik bij de Hervormden. Echter, op 11 augustus 1820 werd bij koninklijk besluit (no. 137) het kerkgebouw weer aan de katholieken teruggegeven, onder andere op de voorwaarde dat men mee moest helpen om voor de protestanten een eigen dienstgebouw te stichten. Hieruit ontstond het voormalige Hervormde kerkje, dat in 1955, na een twintigtal jaren niet meer als zodanig in gebruik te zijn geweest, door de gemeente van de Nederlands Hervormde Diaconie werd gekocht, in 1959 gerestaureerd en ingericht tot Streekmuseum. De oude St. Willibrorduskerk was tijdens de bevrijding van Alphen in oktober 1944 vernield.

In de prehistorie en de eerste eeuwen van onze jaartelling boden dergelijk relatief hoge gebieden de beste mogelijkheid tot bewoning. Op het grondgebied van Alphen zijn dan ook talrijke sporen aangetroffen uit die prehistorie (onder meer grafheuvels), de Romeinse tijd (Kwaalburg herinnert aan een Romeinse versterking of legerplaats ) en Merovingische tijd (grafveld van wel 43 graven met bijgiften zoals sieraden, wapens, potten en glaswerk). Alphen mag zich dan ook rekenen tot de vroegst bewoonde gebieden binnen het Land van Breda.

In 709 schonk de Frankische grootgrondbezitter Aengilbertus aan bisschop Willibrord goederen en rechten gelegen onder Alphen, onder meer bestaande uit 11 hoeven, een herenhuis en woning, met al de lijfeigenen, de hele veestapel en alles wat erbij hoorde. St. Willibrord liet in 739 dit bezit bij testament na aan de abdij van Echternach. Daardoor heeft de abdij gedurende enkele eeuwen zowel de wereldlijke als kerkelijke macht kunnen uitoefenen. Als territoriale begrenzing van dit machtsgebied gold de grens van de parochie, die echter een aanmerkelijk groter oppervlakte omvatte dan het huidige Alphen, want ook Chaam en Riel behoorden ertoe.

In 1175 draagt de abdij van Echternach haar rechten over aan de Norbertijner abdij van Tongerlo, gelegen in de Belgische Kempen. Die bezat al vanaf 1175 uitgestrekte landerijen en hoeven onder Alphen en bracht er tot in Tilburg gronden tot ontginning. De monniken van deze abdij verzorgden in Alphen en in Riel ook de pastorale zorg tot 1830. Het benoemingrecht van pastoor, het patronaatsrecht der kerk, was namelijk ook een van haar rechten.Als leenmannen van de Hertog van Brabant hadden de Heren van Breda rond 1200 al de rechtsmacht (juridische zeggenschap ) over Alphen. Daarnaast had de orde der Tempeliers echter binnen Alphen van 1144 – 1312 een eigen hof met lagere rechtsmacht (Commanderij van Ter Brake van de orde van de Tempeliers ). De commanderij vormde een eigen heerlijkheid, onafhankelijk van de Heren van Breda. Na opheffing van de orde gingen haar rechten over op de orde van Joannieters of Ridders van St. Jan.

Bij de Vrede van Munster in 1648 werden haar bezittingen toegewezen aan de Heren van Breda. Deze hadden al in de 15e eeuw op bestuurlijk gebied Alphen aan Chaam gekoppeld, waarbij overigens beide dorpen hun eigen financieel beheer voerden. Zij hadden wel één college van zeven schepenen – vier uit Alphen en drie uit Chaam die jaarlijks door de Heren van Breda werden aangesteld – dat het bestuur vormde en functioneerde als rechtbank in civiele zaken. Criminele zaken werden berecht op de schepenbank van Breda. Daarnaast hadden zij eeuwenlang samen met Baarle één schout, één secretaris en later ook één ontvanger.

Verzenden, moment....


Reageer

Naam (*)
Email (niet zichtbaar) (*)
URI
Uw reactie
*