Categorieën
1501-1600 Genealogie Generatie 04 Iedereen Kwartierstaat Parenteel Stamreeks

1578 Henrick Laureijszn van Asten

bekijk Henric Laureyszn van Asten in het dynamisch geneagram

In 1578 wordt Henrick Laureijszn van Asten, zoon van Laureijs Henricxzn van Asten (1550) geboren.

Hendric trouwt met Anna de Wael.

Kinderen van Henrick en Anna:

  1. Cornelis Henricxzn van Asten geboren in 1597 te Alphen.
  2. Jacques Henricxzn van Asten geboren op 6 maart 1600.
  3. Maria Henricx van Asten geboren op 12 april 1603.
  4. Laureijs Henricxzn van Asten geboren op 6 augustus 1606.
  5. Johanna Henricx van Asten geboren op 8 juli 1608.
  6. Anna Henricx van Asten geboren op 15 november 1610.
  7. Wijnant Henricxzn van Asten geboren op 5 augustus 1615.
  8. Dypmhna Henricx van Asten.
  9. Henrick Henricxzn van Asten.

† Henrick Laureijszn van Asten overlijdt op 17 december 1636, op 59 jarige leeftijd, in Alphen.

3 reacties op “1578 Henrick Laureijszn van Asten”

Bron: Vestbrieven Alphen en Chaam 1525-1717 Schepenbank Breda

Dinsdag 2 december 1608 Alphen

Bron: R770, folio: 115v/116v
Naam partij 1, persoon 1: Henrick van Dommelen (Mr)
Naam partij 1, persoon 2: Cathelijn Peeters
Naam partij 1, persoon 3: Anthonis Sebrechts, man en vgd
Naam partij 2, persoon 1: Henrick van Asten (1578, zoon van Laureijs 1550)
Naam partij 2, persoon 2: Laureijs Mathijssen
Aard van de handeling: Transport
Aard van het goed: De 7 achtste delen in en van: een stede te weten huysinge, schuere, hovinge en erve soo onder lant als weijde ende sant oft duyn, 2 bdr
Ligging van het goed: tot Alphen in de Santstrate; oost en zuid Willem Pauwels kindr; west en noord sHeeren strate ende vroente

Bijzonderheden: Partij 1.1 als gemechtich van 1.2 en 1.3, en ook van Adriaen Peeters, Cornelis Peeters en Laureijs Peeters volgens acte van procuratie voor Schepenen in Westmalle ende Goerssele gepasseert van date 1608/11/30, Maeyken Peetersdr met man en vgd Henrick Willemssen voor henzelf, en Abraham Lemmens als gemechtich van Yken Peetersdr, sijne huysfrouw, volgens procuratie voor schepenen in Rousselaer gepasseert van date 1608/11/24, hebben vercoft aen 2.1, schouteth tot Alphen, Baerl en Chaem, den coop van 2.2 over hebbende, soo deselve voor ons schepenen present staende, verclaerde ende bekende. Het resterende achtste deel behoort de weeskindr wijlen Jan Peeter Laureijssen. Te vrijen met 7 achtste deel: van 6 loopen rogs der Taefele sHeijlichs Geests tot Alphen. van noch 5 loopen rogs der kercke tot Alphen. van noch 5 loopen rogs Mathijs Jan Boomkens.

Henric Laureyszn was tussen 1606 en 1621 schout van Alphen, Baarle en Chaam.

De schout was het hoofd van het dorpsbestuur van een schoutambt vanaf de hoge middeleeuwen. Ook kon de schout de voornaamste bestuurder zijn binnen een heerlijkheid; hij werd dan aangesteld door de heer om in diens naam te handelen. In een boerenambacht werd de schout ook wel huisman (huesmann) genoemd en was hij een niet-horig bezitter van een vrij overerfbare hoeve. Vergelijkbaar met de functie van de tegenwoordige burgemeester had de schout de taak om als beambte (villicus) in dienst van zijn heer de leenmansplichten te innen en schulden te delgen. De naam is dan ook afkomstig van het Duitse ‘Schuld heissen’ en verbasterd tot schultheiss, schulte, en schout (gelatiniseerd naar sculetus). In Duitsland was de schout vaak een uit de ridderlijke stand afkomstige (laag adellijke) entrepreneur die de functie erfelijk maakte. Vaak speelde hierbij het bezit van een overerfbare hoeve (erbhof) een belangrijke rol zoals bij de huisman (huesman of Hausmann).

In de oud-germaanse rechtspraak was de schout de voorzitter en was zijn taak te vergelijken met die van een Altman of meier. De schout had een drieledige functie. Hij vormde samen met de schepenen en de secretaris het dagelijks bestuur van de gemeente. Daarnaast was de drossaard de aanklager in criminele zaken, en zat hij de rechtzittingen van de schepenbank voor. Tenslotte was hij hoofd van politie. Als voorzitter van het plaatselijk bestuur, hoofd van de plaatselijke politie en officier van justitie lijkt de functie van schout nog het meest op die van de huidige burgemeester. In de achttiende eeuw veranderde de naam schout in drossaard. Na de instelling van de gemeenten onder Napoleon in Nederland in 1811 werd de naam ‘maire’ ingevoerd voor burgemeester, die in 1814 werd gewijzigd in burgemeester, in 1817 in schout en in 1825 definitief (per Koninklijk Besluit) naar burgemeester.

Laat een antwoord achter aan Bobby Beck Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


*