Categorieën
1801-1900 Genealogie Generatie 11 Iedereen Kwartierstaat Parenteel Stamreeks

1893 Harry van Asten

bekijk Henrikus J.W. van Asten in het dynamisch geneagram

In Tilburg wordt op 6 augustus 1893 Henricus Johannes Wilhelmus van Asten, zoon van Hendricus van Asten (1852) en Maria Petronella van den Broek (1855) geboren.

Handtekening Harry van Asten

In het jaar duizend acht honderd drie-en-negentig, den zevenden der maand Augustus is voor ons Johannus Maria Kerstens Ambtenaar van den Burgerlijke Stand der Gemeente TILBURG, verschenen Hendrikus van Asten oud een en dertig jaren, van beroep kleermaker wonende alhier, die verklaarde aangifte te doen, dat zijne echtgenoote Maria Petronella van den Broek zonde beroep, wonende alhier,op den zesden der maand Augustus, een duizend acht honderd drie-en-negentig, om vier ure, des namiddags, ten zijne huize wijk Korvel bevallen is van een kind van het mannelijke geslacht; aan welk worden gegeven de voornamen Henricus Johannes Wilhelmus. Deze aangifte is gedaan in tegenwoordigheid van Bernardus van … oud acht en dertig jaren, van beroep metselaar en Adrianus van Asten oud vijf en vijftig van beroep arbeider beiden wonende binnen deze gemeente. En hebben wij hiervan opgemaakt deze akte, die, na aan den verschenen persoon en de getuigen te zijn voorgelezen, geteekend is door ons met hen, except tweede getuige, die verklaarde nooit te hebben kunnen schrijven.

geboorteregister-1893

Henricus trouwt op 36 jarige leeftijd op 5 november 1929 met Catharina van Baest.

Huwelijksregister 1929

Heden vijf November negentien honderd negen en twintig zijn voor mij, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente TILBURG verschenen, ten einde een huwelijk aan te gaan: Henricus Joannes Wilhelmus van Asten oud zes en dertig jaren, geboren te Tilburg van beroep boekhouder, wonende alhier, meerjarige zoon van Hendrikus van Asten, overleden, en van Maria Petronella van den Broek, zonder beroep, wonende te Vught en Catharina Maria Paulina van Baest oud acht en dertig jaren, geboren  te Tilburg zonder beroep, wonende alhier, meerjarige dochter van Adrianus van baest, meesterknecht, wonende alhier, en van Maria Theresia Janssens, overleden

Kinderen van Henricus en Catharina:

    1. Henricus Adrianus Carolus van Asten geboren in Tilburg op 16 november 1931.
    2. Adrianus Maria van Asten geboren in Tilburg op 26 december 1933.

† Henricus Johannes Wilhelmus van Asten overlijdt op 20 juni 1959, op 65 jarige leeftijd, in Schijndel.

32 reacties op “1893 Harry van Asten”

1916 Willem II verovert in Deventer de landstitel.

Keeper: Walter van den Bergh: opgeleid door Willem II. Zijn vader is fabrikant. Zelf wordt hij opgenomen in de directie van een van de grootste textielfabrieken in Tilburg.
Rechtsback: Louis Marse: opgeleid door Willem II. Zoon van een boekhouder. Hij wordt zelf reiziger en handelaar.
Linksback: Harrie van Gerwen: hij speelde eerst bij Prins Hendrik en Argus. Zijn vader was schoenmaker. Zelf wordt hij directeur van een technisch bureau.
Rechtermiddenvelder: Pim Versluys: afkomstig van ’t Zesde in Breda. Het beroep van zijn vader is niet bekend. Zelf schopt hij het tot directeur van de Nederlandse Droogdok Maatschappij.
Spil: Harrie Mommerts: komt van schoolvoetbalteam Dionysius. Zijn vader was een kleine fabrikant. Mommerts is eerst weefmeester, later werkt hij bij de Spoorwegen. Ook wordt hij keuzemeester van het Nederlands elftal.
Linkermiddenvelder: Louis Schollaert: komt van Excelsior (Belgie). Zijn vader was koopman. Schollaert wordt goudsmid.
Rechtsbuiten: Harrie van Asten: Niet bekend is waar hij speelde voor hij naar Willem II kwam. Zijn vader was kleermaker. Hij werd zelf boekhouder.
Rechtsbinnen: Jos van Son: Komt van het Bredase NOAD. Zijn vader was smid. Zelf wordt hij eigenaar/directeur van een verzekeringsmaatschappij.
Spits: Antoon van Son: Komt ook van het Bredase NOAD. Is de twee jaar jongere broer van Jos. Zijn latere beroep is niet bekend.
Linksbinnen: Martinus van Beurden: opgeleid door Willem II. Zijn vader was winkelier. Hij wordt zelf koopman.
Linksbuiten: Jef Briaire: club waar hij is opgeleid niet bekend. Zijn vader was timmerman. Zelf ging hij aan de slag bij de spoorwegen.

Veld GSV Be Quick 1887 : zuidelijk elftal : vooraan v.l.n.r. Harrie van Asten (Willem II), met o.a.Pim Versluys (Willem II), Rat Verlegh (NAC), Jan van Bel (afd. bestuur ’t Zuiden), Harry Mommers (Willem II), Chef van Son (Willem II), Toon van Son (Willem II)

1916. Kampioen Willem II Achterste rij: Jan van Bel (official van de NVB), J. Visser (scheidsrechter), Pius Arts, Harrie van Gerwen, Walter van den Bergh en Louis Marsé. Middelste rij: Pim Versluys, Harry Mommers en Louis Schollaert. Voorste rij: Harrie van Asten, Jos van Son, Toon van Son, Tinus van Beurden en Jef Briaire.

Geachte heer Van Asten,

met veel plezier lees ik de bijdragen over de auto’s van uw vader en zijn nummerbewijs. Wij (het Brabants Historisch InformatieCentrum in Den Bosch, zeg maar het provincial archief) zijn bezig met het opzetten van een website over de Brabantse kentekens (1906-1950) en dit soort informatie (verhalen/foto’s) zouden we graag aan de kentekens koppelen. Zou u deze informatie ook daarvoor beschikbaar willen stellen?

Vriendelijke groet,
Rien Wols

Een prachtige beschrijving van het automobiel-CV van Harry v. Asten. Op een beurs kocht ik twee plakkettes van de Brabant Grensrit 1937+1938. Graag zou ik een foto van de drie plakettes naast elkaar van de BGR willen maken. Ik verzamel info om een artikel over de BGR te schrijven voor ons autoclubblad. Uw reactie zie ik met belangstelling tegemoet.

Met vriendelijke groet,

Patrick Vandepas uit ’s Gravenmoer

Eind 1944 ging H.J.W. in dienst van een legergroep van Montgomery : 2044 Aan- en Afvoertroepen, gelegerd in [het kasteel van ] Arras, Noordwest Frankrijk. Als hij van tijd tot tijd met verlof kwam was dat met een jeep of ook wel een kleine [Bedford] watertankwagen. Dit is het militair rijbewijs dat daarvoor nodig was.

Het nummerbewijs van H.J.W. , indertijd kreeg je het autonummer erbij, van 15 mei 1919. In tegenstelling tot zoons en kleinzoons [voor een van hen kocht H.A.C. eens een nieuwe verkeerspaal met een doos gebak bij Gemeentewerken] maakte H.J.W. in zijn gehele chauffeurscarriere geen verzekeringsschade.

Mercurius is de Romeinse god van de handel en in Nederland werd in 1882 opgericht de vereniging van handelsreizigers “Mercurius” op initiatief van de Rotterdamse bankier M.Mees. Alleen mannen werden tot de vereniging toegelaten ; vrouwen werden geweerd. De oprichting was een indirect gevolg van de toename van het percentage “hoofd”-arbeiders in de beroepsbevolking dat in 1899 tien was, in 1960 dertig en tegenwoordig vijftig. Het examen voor het Mercurius Diploma voor boekhouden en handelsrekenen kende vooral in de aanvang weinig geslaagden waardoor het diploma een goed aanzien had. Mijn vader was een heel precieze boekhouder die jaranlang voor zijn kantoor dezelfde klanten had, rekenfouten kwamen niet voor en de noteringen waren in eenvormig precies handschrift, zodra ze er waren altijd met een Parker vulpen en daarvoor met de “penhouder” met “Kroontjespen”.

Met de Amilcar slipte mijn vader een keer op de Goirleseweg [beuken er langs]. De koene rijder stapte meteen uit [over de deur] en verliet het voertuig glijdend over het ijs [winter 1933]. Hij dook tegen een beuk waar hij na rek- en strekoefeningen pas weer vandaan kwam. De Amilcar kwam uit zichzelf [gelach alom toen] tot stilstand even verderop, midden op de weg [de versnellingen waren vastgelopen]. In het verlengde ligt de Korvelseweg [221] waar wij toen woonden, Gils stond met zijn moeder voor het raam en ‘zag’ de auto aan een takelwagen richting garage voorbij komen. Eerstgenoemde belde alvast het ziekenhuis, waar de chauffeur echter niet was : hij kwam na te zijn bekomen van de toeristische tegenslag enigszins verfomfaaid te voet naar huis.

Toen we op de Ringbaan West woonden [1939] ging vader met een vriend de Brabant Grensrit rijden. Wij mochten op blijven voor het vertrek ergens midden in de nacht. Met veel gezwaai en gewuif en een aantal hoera’s ook van buurtbewoners vertrok het deelnemerspaar met veel lawaai waaronder vol gas.
We waren nog niet weer in bed of de bel ging : de koene rijders waren terug : na een paar kilometer waren ze in een sloot gereden en met stille trom de straat weer in geslopen.

Op 29 oktober trouwden Hendrikus van Asten [1852] en Maria van den Broek [1855], die aldus op 29 oktober 1929 hun gouden bruiloft hadden. Ter gelegenheid daarvan zullen waarschijnlijk alle kinderen een herinneringsstuk gekregen hebben. Hun jongste kind was H.J.W.van Asten [1893] die het hier afgebeelde gouden horloge kreeg. De inscriptie op het binnendeksel is “Gedachtenis aan moeder ; 27 oktober 1929”.

In deze auto met electrische voorruitverwarming (met zuignappen bevestigd!!) zit, met petje, Harry van Asten. De auto is een Ford Junior. Daar zijn we op 10 mei 1940 in gevlucht naar Esbeek. Bij terugkeer naar Tilburg enkele dagen later werden we onderweg door Duitse soldaten aangehouden via een wegversperring (boom over de weg) . De auto was groen van kleur en is daags daarna in beslag genomen door de bezetters.

De Ford van mijn vader, een v8 model C Fendor deluxe uit 1934 staat geparkeerd aan de Ringbaan West, op de achtergrond rechts met de schoorsteen was het huis van een rijksduitser : Velden. Paul Velden was met ons op de lagere school. Wij moesten van onze ouders voorzichtig zijn met de Veldens, maar dat was niet nodig : de mensen woonden hier al lang en hadden met het nationaalsocialisme niets van doen. Velden zelf was een heel aardige man, we kwamen wel bij Paul thuis om te spelen. Let op de plaquettes op de radiatorgrille : Sint Christoforus [rechthoekig plaatje links op de foto] is erbij en een paar exemplaren van “ritten” [kaartleeswedstrijden] waaronder de Brabant Grensrit. Die plaquettes zijn bewaard gebleven.

Deze Chevrolet convertible uit 1932 herinner ik me goed, er is een foto waarbij Ap en ik op de weg naar Helmond op de bumper zitten. Helmond , dat was heel ver weg in die tijd en omdat vrijwel niemand autos had moesten we altijd van onze reizen vertellen als we terug waren. We gingen ook wel naar Scheveningen, of naar de Drunensche Duinen met de goudkleurige Pontiac (N-3784) van oom Jan van Dulmen , dienst- en kindermeisjes in een vrachtbusje er achteraan].

De Aero kwam in 1950 , wel een mooi model auto maar mechanisch van dramatische constructie. Wegrijden ermee ging niet, ook niet nadat vader [voor 80 gulden, niet gering toen] een nieuw
koppelingsmechanisme had laten vervaardigen in de metaaldraaierij van de kousenfabriek Jansen de Wit. Als vader hem stalde haalde hij de bougiekabels eraf , maar met een stokje door de luchtsleuven werkte ik die er een keer weer op. Toen reed ik naar Den Bosch en in de stad met de achterwielen over een trottoirbocht, vrijwel over de voeten van een paar [drie] oude dametjes met bontvossen op het punt van oversteken. ’s avonds voelde vader dat de motor warm was : “En wat had jij gedaan als je mij onderweg tegen gekomen was ?” Waarop ik niet helemaal in stijl antwoordde dat ik dan gestopt zou zijn voor een “lift” en dat verbeterde geenszins de stemming. De rit was gevaarloos : de wegen in 1950 waren vrijwel totaal leeg en tussen Schijndel en Den Bosch kwam ik vice versa niets tegen. We dachten nog een keer onderweg beschoten te worden , we hoorden een knal als een pistoolschot. We overleefden gemakkelijk want het was een bougie die uit de motor tegen de motorkap vloog zodat we met een driecylinder [tweetakt] motor verder gingen wat niet veel opzien baarde want het was in de tijd van de DKW-Drie-is-Zes reclame die hoofdzakelijk bestond uit blauwe rookwolken en een boel lawaai. Ap is een keer in Tilburg per ongeluk achterop zo’n triplexen DKW gereden : een straat vol houtsplinters met een chassis ertussen, de DKW constructie was ongeveer die van de tapkast in een goedkoop cafe.

Noord Brabant is de provincie met de grootste oppervlakte van Nederland en omdat ze de cirkelvorm enigszins benadert heeft ze ook grootste omtrek. Langs de grenzen van de provincie wordt sedert 1933 jaarlijks de Brabant Grensrit voor autos gehouden. De dertiende rit werd gehouden in 1956, dat duidt aan dat voor de duur van de tweede wereldoorlog onderbrekingen zijn opgetreden. H.J.W.van Asten heeft in 1935 aan de rit meegedaan zoals blijkt uit de hier afgebeelde herinneringsplaquette. Indertijd was het de gewoonte dergelijke plaquettes op de grille van je auto aan te brengen om blijk te geven van je chauffeursprestaties in een periode waarin een rit van Tilburg naar Scheveningen, nauwelijks honderd kilometer, met “toerisme” werd aangeduid. Ging men de landsgrens over dan was onmiddellijk het begrip “Groot Toerisme” van toepassing, het merk en het type auto waren daarvoor niet van belang De Brabant Grensrit, ondergebracht in een stichting, werd voor de vijfentwintigste maal gehouden in 1968 en is ook weer verreden in 2008.

De meest prozaïsche gebeurtenis van de gehele oorlog was die van 13 mei 1940 , 2e Pinksterdag. We waren op 11 mei na een bombardement van Stuka’s op de Bredaseweg met de auto [lakens en kussens mee] gevlucht naar Esbeek, naar de van Raaks die daar een café-restaurant hadden.
Toen we het riviertje de Donge passeerden groette de Nederlandse wachtpost ons vriendelijk en blies even gemakkelijk toen we honderd meter verder waren zijn brug op : terug kon niet meer. Op 2e Pinksterdag dan gingen we picknicken in de weilanden en het bos om Hilvarenbeek, midden tussen de fronten van de Duitsers in het Oosten en de Fransen die ons te hulp kwamen uit het Westen. Een groot wit tafellaken [wie bedenkt het] werd uitgelegd en we maakten voorbereidingen om te gaan eten [vers gebakken brood van van Raak die ook bakker was]. Uiterst beleefd met de motoren ralenti kwam vervolgens een Heinkel 111 naar beneden, beneden boomtophoogte over ons heen vliegend : je zag hoe de schutter in de buikkoepel na het passeren ons bekeek. Die vliegers had ik willen spreken , zouden ze eerst gedacht hebben dat de wapenstilstand nabij was met dat witte laken en zijn ze later in lachen uitgebarsten ? Zo laag tussen de bomen was het overigens een staaltje van vliegkunst : even snel als hij gekomen was verdween de Heinkel vrijwel geruisloos in westelijke richting. Wij een ervaring rijker maar zij ook : niet picknicken in de frontlijn en niet meteen laagvliegen als je een koffieservies op een wit veld ziet. Met deze vrijwel eerste oorlogservaring werd al duidelijk dat koningin Wilhelmina’s latere mededeling dat prins Bernhard de oorlog ‘gewoon leuk’ vond amendement behoeft. Wij kinderen vonden hem leuker.

Christophorus plaatjes [de heilige van de reizigers] werden tot ongeveer 1950 veel gezien in Noord Brabant. Dat kan ook als oorzaak hebben dat ze vermoedelijk verkocht werden bij zogenaamde Autowijdingen in provincieplaatsen, meestal op zondagen op de grens tussen Noord Brabant en Limburg, zoals in Elzendorp dat met die wijdingen het eerste was. Mijn vader had altijd zo’n plaatje in zijn autos ; er zijn er drie van bewaard : een rond, een rechthoekig exemplaar, beide geëmaillerd en een rond zilveren exemplaar. Op fotos van een Chevrolet in ongeveer 1935 is de Christophorus nog vaag zichtbaar. Het ronde exemplaar was gemonteerd op het dashboard van de Cord 812 rond 1950.Vooral als er een Christophorus kerk was was een fiets- bromfiets- en autowijding populair, juist rond 1950 omdat toen in Nederland meer verkeer op de weg kwam, in het begin veel VW 1200 [en Solexen]. De wijdingen maakten deel uit van het Rooms Katholiek kerkelijk ritueel.

Brabant was na de middeleeuwen een van de generaliteitslanden, geregeerd niet door het volk zelf maar door de regering in den Haag, die er zo weinig mogelijk middelen aan besteedde. Daardoor werd Brabant economisch en in andere opzichten een achterblijvend gebied. Niet mag worden vergeten dat de bedienaren van de katholieke kerk zeer veel voor de provincie gedaan hebben, niet in het minst voor onderwijs.

De autowijdingen waren een van die bijeenkomsten die de mensen bonden aan het kerkelijk centrum. Op die gebondenheid is naarmate de tijd voortschreed kritiek gekomen : ook onder een ‘andere discipline’ zou Brabant wel opgekomen zijn. Maar er werd nooit bij aangegeven welke discipline dat dan wel was. Tot op 60 procent van zijn bevolking gedecimeerd tijdens de oorlogen van Willem van Oranje was daar weinig oorspronkelijk volkskapitaal. De kerk heeft uitzonderlijk veel bijgedragen tot verheffing . De recentere familieleden, ook al zijn ze niet gelovig, zullen die kwalificatie waar het hun maar gevraagd wordt bevestigen.

Zoals nú soldaten, die terugkeren uit b.v. Afghanistan een herinneringsmedaille krijgen, zo kregen toen (1914-1918) de militairen die toen in dienst waren (mobilisatietijd aug ’14- nov.’18) zo’n mobilisatiekruis.

Harry: In WO-I bleef Nederland neutraal maar het leger was wel gemobiliseerd en in de kazernes. Er is een foto van mijn vader in uniform bij een kampioenschap van de voetbalclub Willem II , hij heeft daar een zgn. ‘citybag’ bij zich, een leren koffertje dat indertijd in de mode was. Van datzelfde kofferje heb ik nog het sluitwerk [een stalen balke met slot] , het leer is in de loop van de jaren vergaan. Het militaire zakboekje van H.J.W.van Asten is er ook nog.

Dit is de Cord van vader. Op 1 foto zit ik( 18 jr oud). Ik had net mijn rijbewijs. Het was een 8-cylinder met Compressor. Met pre-selector electr. versnellingsbak. Harry heeft ‘m wel eens “gestolen”. Joyriding bestond toen ook al.

Harry: 8 cyl. Lycoming compressormotor, automatische versnellingen, uitlaten opzij uit de motorkap, het was een type 812 [gemaakt in Indiana , USA]. De versnellingsbak is een Bendix, halfautomatisch pneumatisch bestuurd door het motorvacuum. Het pneumatisch bedienings mechanisme is buiten de tandwielkast gemonteerd, dus het opgegeven defect zal aan de tandwielen zijn. De koppeling is een gewone platenkoppeling die mee pneumatisch bediend wordt via electrische relais. [indertijd heb ik die electrische bediening gerepareerd, de schakelpunten hadden slijtage]. Ook heb ik het plaatje met de indiaan [ blauw , de fabriek was in de staat Indiana] vóór op de versnellingsbak [vóór de bumper] opnieuw geëmailleerd , daaraan zou de onze nog herkenbaar zijn. De auto heeft voorwielaandrijving, dat kwam toen niet veel voor. De versnellingen bediende je met een [8 cm] pookje op de stuurkolom, met een oog waar je wijsvinger in past. Ook autos van het merk Hudson hadden deze Bendix versnellingen wel. Er waren ook Auburn Cords, ook heel mooie modellen. De benzinestand was af te lezen van een peilglas, en je kon handgas instellen om eenzelfde snelheid te houden. Na het kiezen van de versnelling met het pookje drukte je de koppeling in en dan werd die versnelling sissend [de lucht] gekozen door een vacuumcylinder met een leren zuiger [doorsnede 10 cm, methode fietspomp] en roestvrijstalen as. De motor was niet zo erg sterk maar [ik reed een keer vast in de tuin thuis, in een bloemperk] draaide wel door de koppeling heen als je vooruit wilde maar het ging niet. Het stuurwiel [groot] was altijd in de kleur van de hele auto en de stoelen rood leer met op de grond rood tapijt. Je kon er 160 mee gaan.

Joris: Cord 812 Supercharged Convertible Coupe. Dit type wordt ook wel de “Sportsman” genoemd.

Harry: ik heb wel gehoord dat hij verkocht is aan de directeur van circus van Bever, maar ik denk dat opa de auto heeft terug geleverd aan de garage in Helvoirt waar hij vandaan kwam. Vandaar kan hij dus naar het circus gegaan zijn. In de jaren 60 is de auto een keer gezien in Amsterdam. Het kan zijn dat hij nog bestaat, deze autos werden meestal niet gesloopt. Het type is gebouwd in 1937, chassisnummers en zo zijn er niet meer. Het door mij gerestaureerde [met donkerblauwe lak] plaatje op het versnellingsbakdeksel zou identificatie mogelijk kunnen maken. Opa heeft er vinvormig uitgeslagen uitlaatspruitstukken [achter] op laten maken. De voorspatborden hadden géén verborgen koplampen zoals je op sommige typen wel ziet. Van dit type 812 moeten maar heel weinig exemplaren in het land geweest zijn, vanwege de prijs en vanwege de korte periode dat het type gebouwd is.

Prijzen van onze vader voor hardlopen 400 meter, periode 1916-1923 en “De Zilveren Voetbal” 1916 en 1917 Willem II. Vader was een , voor die tijd, bekend voetballer [linksbuiten] bij Willem II (Zie gedenkboek 40 jarig bestaan Willem II + foto’s). Vandaar die “zilveren voetbal” medaille.
Op de grote medaille staat achterop: T.V.B. 1917 2e prijs 400 m.

De originele witte linnen racecap die mijn vader altijd droeg in de Amilcar en het koperen boerinnetje, dat vóór op de radiatordop was geschroefd.

De bomen op de achtergond herinner ik me nog goed ! [vader had er later altijd spijt van dat hij de Amilcar verkocht had]. De koppeling was ‘automatisch’ : platen in olie zodat je altijd vloeiend wegreed [later methode bromfiets]. Ap is er bijna in geboren want op de rit naar het ziekenhuis was een rood stoplicht , naast Hotel Riche op De Heuvel. Ik was er ook bij en hield me vast aan de ‘zilveren’ [chroom] stang achter de [2] zitplaatsen. De stoelenbekleding was rood leer. Krullebol = H.A.C. van Asten (3 jaar)

In Tilburg [Ringbaan West 286] stonden we [1942] een keer uitgedost achter een deur te wachten tot vader thuis kwam want hij was jarig. Toen hij er was kwam iedereen met cadeautjes en bloemen tevoorschijn, maar hij wist ‘niet meteen’ wat gaande was. Oplossing : vader was 6 augustus jarig en we stonden daar al op 5 augustus. Zo kwamen we ook een keer [1944] bij een lege school : moeder had de klok niet op wintertijd [in 1940 ingevoerd door de Duitsers] gezet zodat we een uur te vroeg waren. Toen vader in 1943 [mei] gearresteerd was kwam een uiterst beleefde Duitse onderofficier zijn fiets thuisbrengen : “Ihr Mann kommt heute Abend nicht nach Hause”. Een dag later was er huiszoeking door 2 van de Grüne Polizei, telkens als ze wat pakten zei oma : Das ist von die Kinder. Op een slaapkamer aangekomen ging oma meteen op een dekenkist zitten [daar zat de radio [Telefunken] in, afgestemd op Radio Oranje]. Even later stak de grootste van de twee een “ploertendoder” omhoog [stuk tuinslang over een sterke veer met handvat] die hij in een nachtkastje vond. Moeder : Das ist von die Kinder. En de Duitser woedend : ALLES IST HIER VON DIE KINDER ! [Na alles verzegeld te hebben vertrokken de heren]. [opa had een aantekening voor zijn werk gemaakt onderaan het viaduct , de wacht van een Duits garnizoen in een klooster [De Rode Pannen] dacht aan spionnage en waarschuwde via zijn baas de SD]. Hij is een paar dagen later naar den Bosch overgebracht ; een verzetsman in grijs pak [zag ik vanuit het kantoortje] hield een tijdje later de deur tegen toen moeder opendeed en hij zei : “Uw man is gezien in een auto van de SD op weg naar Den Bosch”. Na 10 dagen ongeveer kwam vader weer thuis. Toen hij later [1946] in Frankrijk bij een legerafdeling [2042] van Montgomery was werd thuis een kist sterappels bezorgd met een briefje erbij : Voor de paardenhandelaar van Asten. Nooit opgelost..of toch ?

In augustus 1944 waren Ap en ik [veilig] op de boerderij [Zandeind] van boer Verhoeven in Riel waar we hielpen met het op schoven zetten van de rogge, we sliepen er in de stal op het stro. Toen we er weer eens waren in september stond in de stal plotseling een Rode Kruiswagen met twee soldaten van de Waffen-SS. Ze waren uiterst schichtig wat niet verwonderlijk was voor deserteurs tussen twee fronten die noch van het ene noch van het andere veel goeds te verwachten hadden. Eten hadden ze zelf bij zich en van een van hen kreeg ik “Berrington’s Taalgids” voor Engels.

Ap zegt dat die twee onze vader vroegen twee koffers in bewaring te nemen , ze gingen mee naar Tilburg op onze bolderwagen. Daar werden ze in de kelder van ons huis gezet en ze zijn later opgehaald, maar niet door de deserteurs. Wat in de koffers zat weten wij niet, maar het kunnen bijvoorbeeld burgerkleren zijn geweest. Het kan nu zijn dat de kist sterappels het ‘bewaarloon’ voor die koffers was : boer Verhoeven kan de twee gezegd hebben dat onze vader “paardenhandelaar” was om zijn aanwezigheid op de boerderij te verklaren tegenover de uiterst bange soldaten, die vermoedelijkafkomstig uit België, van hun noordwaarts vluchtend onderdeel gedeserteerd waren. Eenmaal in veiligheid kunnen zij de kist appels hebben laten bezorgen : een plausibele verklaring van een mysterieus incident in de nadagen [voor zuidelijk Nederland] van de Tweede Wereldoorlog. In maart 1945 gingen we nogmaals naar het Zandeind : een Amerkaans vliegtuig [Thunderbolt] kwam met de navigatielichten aan over ons huis in TIlburg ; het bleek genoodland te zijn in Riel. Moeder ging ook mee toen we via boer Verhoeven er gingen kijken. Ap en ik slopen weg en gingen alleen naar het vliegtuig, dat achter de cockpit verbrand [de vlieger had het aangestoken] maar aan de voorzijde intact was. Uit de linkervleugel haalde ik een gasafvoer van een mitrailleur [ik heb die nog] en ik deed mijn broekzakken vol met 12 mm patronen. Inmiddels hoorde moeder bij Verhoeven dat die genoodlande vliegtuigen dikwijls door andere leden van de squadrons in brand geschoten werden, reden genoeg om spoorslags achter ons aan te komen. We vertrokken overigens juist toen moeder in zicht kwam en wel omdat er een Duitse fietspatrouille aankwam. De vlucht was letterlijk als een haas want terwijl ik in een sloot mijn broekzakken leegde trapte ik boven op ..een haas die verbaasd wegrende. Eén 12 mm patroon had ik [en heb ik] nog over, de Duitsers gingen alleen maar even kijken en zo kwamen we veilig bij boer Verhoeven terug : Ap en ik in opperbeste stemming en onze moeder wit om de neus, hetgeen trouwens de hele oorlog vrijwel voor ieder ouderpaar het geval was : kinderen registeren wel maar ze wijden er geen beschouwing aan zoals “de grote mensen”. Dertig jaar later, in 1975 ben ik met Els en de kinderen in Riel gaan kijken , de boerderij van de Verhoevens was er nog , maar het glooiende veld waar het vliegtuig lag was onherkenbaar vlak en de sloot was helemaal weg.

In 1963 logeerden de moeder van Philip en ik een paar dagen in een klein pension tussen Riel en Alphen : de wereld werd er kleiner door want de hotelier had in 1944 de piloot van die Thunderbolt op weg naar de eigen linies geholpen. Hij noemde ook de naam van de vlieger, die zal elders wel zijn opgetekend, ik ben ze vergeten. Die 12 mm patronen kunnen daar nog wel onder het maaiveld liggen in Riel.

Toen in 1944 de electriciteit werd afgesloten bij de nadering van de geallieerden had niemand licht meer. Blijkbaar werd maar 1 leider afgeschakeld, want toen ik 1 draad in een contact stak en de andere draad tegen de zinken goot van mijn ‘kiet’ op zolder hield, had ik licht op halve kracht. Weldra brandden alle lampen in één huis van de wel 30000 die Tilburg rijk was : Ringbaan West 286. Vader en moeder waren absoluut stomverbaasad , ze begrepen niets van wat ‘onzen Harry nu weer heeft uitgehaald”

Op 27 october 1944 liepen wij met vader terug naar huis door de Heuvelstraat. Bij de drogisterij van Eijsden gekomen hoorden we het gieren van granaten en we vluchtten het portiek van die winkel in waarna een granaat dichtbij insloeg : in de muur van de winkel van van Boxtel. Het waren Engelse granaten [zgn. 25-ponders] van het standaard veldgeschut dat het Engelse leger meebracht. In 1980 was even westelijk van van Eijsden een Turkse kruidenier die reclame maakte voor aan de Sultan gelieerd snoepgoed : Umwertung aller Werte in 36 jaar tijd want zijn winkel is tegenover de kerk van ’t Heike. Kort na 5 september [‘Dolle Dinsdag’] kreeg ik op het plein vóór de kerk van een Duitser op een pantserwagen en tevens op de terugweg naar Duitsland een stuk roggebrood met heel veel boter erop : de geschiedenis van de Heikese kerk en haar plein kent vele facetten want kort na de bevrijding zag ik er nog leden van de NSB die naar het politiebureau in de Mgr. Zwijsenstraat werden opgebracht. Het moest zo niet maar het gebeurde wel : er waren er bij die op de weg naar het bureau hun voeten niet aan de grond kregen van de schoppen die ze van de omstanders kregen. Waren het vrouwen dan liet men ze verder met rust, kaal geschoren waren ze wel en ook dat had men beter niet kunnen doen. Maar al met al verliep de bevrijding op deze punten gematigd, anders dan bijvoorbeeld in Frankrijk waar zonder proces terechtstellingen van collaborateurs met Duitsland een tijd lang aan de orde van de dag waren.

Een van vaders broers was oom Sjef [Jos] , kunstschilder en banketbakker[….- 1956] . Woonde op de Hoogesteenweg 1, den Bosch. Hier de Hoogesteenweg vanuit de Vughterstraat. De toren is de koekfabriek van de Gruijter. Rechts achter een fietser staat een auto,die staat bij oom Sjef voor het huis [hoekhuis met torentje op de gevel] . 3 kinderen van hem leven nog : Nelly , Jeannet en Manny. Foto [briefkaart] jaren 30. Ieder jaar gingen we bij oom Sjef nieuwjaarskoeken halen [ovaal, met witte suiker Gelukkig Nieuwjaar er op].We kregen er ook Ringers plakboeken met rondjes, mannetjes en zo, die heb ik nog.

Vaders auto in 1950 , een Hanomag 1940, de bekleding binnen was opgevuld met Duitse versnipperde distributiekaarten in alle kleuren. Onder een viaduct in Utrecht de rechter achterband lek en het wiel er af getrokken. Een dikke straal groene olie op de weg want de hele as kwam mee. Onderweg moest je regelmatig op een pedaaltje trappen, daarmee werd het hele onderstel “doorgesmeerd”. Het nummer is dat van het rijbewijs van 1920 [dat is er nog]. In 1949 kreeg deze auto nieuwe beige binnenbekleding. Toen de oude eruit gehaald werd bleek het capitoneren te zijn gedaan met versnipperde Duitse distributiekaarten in alle kleuren, uit de periode 1940-45. Toen de dakbekleding eruit kwam kwam de hele massa als confetti over ons heen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


*