Reacties

  • From H.A.C. van Asten on 1852 Hendrikus van Asten

    Regionaal Archief Tilburg Fotonummer 037596 Tilburg KORVELSEWEG 132 KORVEL 1908

    Personeel van de wollenstoffenfabriek Gebroeders Diepen bij het honderdjarig bestaan in 1908. Het bedrijf begon in 1808 als Diepen-Jellinghaus & Co., veranderde in 1845 in J. N. Diepen en van 1870 tot de sluiting in 1972 in Gebroeders Diepen. Tussen haakjes het aantal dienstjaren van de betreffende persoon. Achterste rij van links naar rechts wever C. Vuisters (35), zwenker C. van de Pol (30), wever Chr. Broers (29), twerner C. Paans (32), wever J. Basters (31), kettingscheerder J. de Rooij (33) en wolmaler G. Janssen (34). Middelste rij van links naar rechts ruwersbaas W. Smarius (31), meesterknecht weverij A. Smits (32), wever G. Prince (60), chef appretuur J. Reabel (28), boekhouder J. Mallens (34), klerk H. van Asten (25), meesterknecht appretuur H. Vuisters (60), spinner J. van de Pol (34) en scheerdersbaas F. van Dongen. Voorste rij van links naar rechts nopster W. Vuisters (28), stikster W. Heestermans (44), directeuren R. Diepen, J. Diepen en H. Diepen, stopster H. Mutsaers (56) en stopster Th. Deebrechts (26)

  • From H.A.C. van Asten on 1931 Harry van Asten

    In 1939 maakten we met onze buurman Jan Leijten [*] een autorit [vader had een Chevrolet geleend] naar de Peel-Raamstelling, daar zagen we de dynamietblokjes al om de bomen gebonden. In de auto vertelde de buurman dat hij op diëet moest, maar wij verstonden dat als : ik moet op de jeet. Nooit hebben we ondanks veel discussie uitgevonden wat een jeet was. In 1938 was al iets soortgelijks gebeurd toen Beatrix geboren was. We vroegen ons toen af of iemand zo plechtigs als de koningin een kont had of niet. We dachten wel van niet maar ook na discussie : nooit opgelost want we trouwden niet met prinsessen. Later zag ik uit vaders auto een verhuiswagen met achterop ..ENSCHEDE , te lezen als ..EN SCHEDE en ook dat toen voor lange tijd niet opgelost.

  • From H.A.C. van Asten on 1931 Harry van Asten

    Het Engelse kampement [ nov 1944] op de Ringbaan West weet ik natuurlijk nog goed , een kapitein van de Intelligence was bij ons ingekwartierd nadat Norman en Bill [uit Liverpool] bij ons waren. We zaten een keer in een tent met de soldaten te praten, die af en toe onopvallend naar mijn schoenen keken, dwz. naar de maat ervan. Zelf zag ik het niet zo, maar het waren hoge schoenen van opa van Baest, een paar maten boven mijn maat. Diezelfde dag waren hoog boven ons twee knallen en een witte streep heel hoog in de lucht. Dat was een V-2 die sneller dan het geluid ging [hoogte 80 km] op weg naar Antwerpen of al aan zijn val begonnen. In 1942 stond Langs de Ringbaan iets anders : een compagnie AFrika Korps van Rommel, de camouflage met palmtakken nog op de zandkleur geverfde voertuigen . Een paar palmtakken heb ik nog lang gehad maar ze zijn bij verhuizingen verloren geraakt.

  • From H.A.C. van Asten on 1893 Harry van Asten

    Een van vaders broers was oom Sjef [Jos] , kunstschilder en banketbakker[….- 1956] . Woonde op de Hoogesteenweg 1, den Bosch. Hier de Hoogesteenweg vanuit de Vughterstraat. De toren is de koekfabriek van de Gruijter. Rechts achter een fietser staat een auto,die staat bij oom Sjef voor het huis [hoekhuis met torentje op de gevel] . 3 kinderen van hem leven nog : Nelly , Jeannet en Manny. Foto [briefkaart] jaren 30. Ieder jaar gingen we bij oom Sjef nieuwjaarskoeken halen [ovaal, met witte suiker Gelukkig Nieuwjaar er op].We kregen er ook Ringers plakboeken met rondjes, mannetjes en zo, die heb ik nog.

  • From H.A.C. van Asten on 1893 Harry van Asten

    In Tilburg [Ringbaan West 286] stonden we [1942] een keer uitgedost achter een deur te wachten tot vader thuis kwam want hij was jarig. Toen hij er was kwam iedereen met cadeautjes en bloemen tevoorschijn, maar hij wist ‘niet meteen’ wat gaande was. Oplossing : vader was 6 augustus jarig en we stonden daar al op 5 augustus. Zo kwamen we ook een keer [1944] bij een lege school : moeder had de klok niet op wintertijd [in 1940 ingevoerd door de Duitsers] gezet zodat we een uur te vroeg waren. Toen vader in 1943 [mei] gearresteerd was kwam een uiterst beleefde Duitse onderofficier zijn fiets thuisbrengen : “Ihr Mann kommt heute Abend nicht nach Hause”. Een dag later was er huiszoeking door 2 van de Grüne Polizei, telkens als ze wat pakten zei oma : Das ist von die Kinder. Op een slaapkamer aangekomen ging oma meteen op een dekenkist zitten [daar zat de radio [Telefunken] in, afgestemd op Radio Oranje]. Even later stak de grootste van de twee een “ploertendoder” omhoog [stuk tuinslang over een sterke veer met handvat] die hij in een nachtkastje vond. Moeder : Das ist von die Kinder. En de Duitser woedend : ALLES IST HIER VON DIE KINDER ! [Na alles verzegeld te hebben vertrokken de heren]. [opa had een aantekening voor zijn werk gemaakt onderaan het viaduct , de wacht van een Duits garnizoen in een klooster [De Rode Pannen] dacht aan spionnage en waarschuwde via zijn baas de SD]. Hij is een paar dagen later naar den Bosch overgebracht ; een verzetsman in grijs pak [zag ik vanuit het kantoortje] hield een tijdje later de deur tegen toen moeder opendeed en hij zei : “Uw man is gezien in een auto van de SD op weg naar Den Bosch”. Na 10 dagen ongeveer kwam vader weer thuis. Toen hij later [1946] in Frankrijk bij een legerafdeling [2042] van Montgomery was werd thuis een kist sterappels bezorgd met een briefje erbij : Voor de paardenhandelaar van Asten. Nooit opgelost..of toch ?

    In augustus 1944 waren Ap en ik [veilig] op de boerderij [Zandeind] van boer Verhoeven in Riel waar we hielpen met het op schoven zetten van de rogge, we sliepen er in de stal op het stro. Toen we er weer eens waren in september stond in de stal plotseling een Rode Kruiswagen met twee soldaten van de Waffen-SS. Ze waren uiterst schichtig wat niet verwonderlijk was voor deserteurs tussen twee fronten die noch van het ene noch van het andere veel goeds te verwachten hadden. Eten hadden ze zelf bij zich en van een van hen kreeg ik “Berrington’s Taalgids” voor Engels.

    Ap zegt dat die twee onze vader vroegen twee koffers in bewaring te nemen , ze gingen mee naar Tilburg op onze bolderwagen. Daar werden ze in de kelder van ons huis gezet en ze zijn later opgehaald, maar niet door de deserteurs. Wat in de koffers zat weten wij niet, maar het kunnen bijvoorbeeld burgerkleren zijn geweest. Het kan nu zijn dat de kist sterappels het ‘bewaarloon’ voor die koffers was : boer Verhoeven kan de twee gezegd hebben dat onze vader “paardenhandelaar” was om zijn aanwezigheid op de boerderij te verklaren tegenover de uiterst bange soldaten, die vermoedelijkafkomstig uit België, van hun noordwaarts vluchtend onderdeel gedeserteerd waren. Eenmaal in veiligheid kunnen zij de kist appels hebben laten bezorgen : een plausibele verklaring van een mysterieus incident in de nadagen [voor zuidelijk Nederland] van de Tweede Wereldoorlog. In maart 1945 gingen we nogmaals naar het Zandeind : een Amerkaans vliegtuig [Thunderbolt] kwam met de navigatielichten aan over ons huis in TIlburg ; het bleek genoodland te zijn in Riel. Moeder ging ook mee toen we via boer Verhoeven er gingen kijken. Ap en ik slopen weg en gingen alleen naar het vliegtuig, dat achter de cockpit verbrand [de vlieger had het aangestoken] maar aan de voorzijde intact was. Uit de linkervleugel haalde ik een gasafvoer van een mitrailleur [ik heb die nog] en ik deed mijn broekzakken vol met 12 mm patronen. Inmiddels hoorde moeder bij Verhoeven dat die genoodlande vliegtuigen dikwijls door andere leden van de squadrons in brand geschoten werden, reden genoeg om spoorslags achter ons aan te komen. We vertrokken overigens juist toen moeder in zicht kwam en wel omdat er een Duitse fietspatrouille aankwam. De vlucht was letterlijk als een haas want terwijl ik in een sloot mijn broekzakken leegde trapte ik boven op ..een haas die verbaasd wegrende. Eén 12 mm patroon had ik [en heb ik] nog over, de Duitsers gingen alleen maar even kijken en zo kwamen we veilig bij boer Verhoeven terug : Ap en ik in opperbeste stemming en onze moeder wit om de neus, hetgeen trouwens de hele oorlog vrijwel voor ieder ouderpaar het geval was : kinderen registeren wel maar ze wijden er geen beschouwing aan zoals “de grote mensen”. Dertig jaar later, in 1975 ben ik met Els en de kinderen in Riel gaan kijken , de boerderij van de Verhoevens was er nog , maar het glooiende veld waar het vliegtuig lag was onherkenbaar vlak en de sloot was helemaal weg.

    In 1963 logeerden de moeder van Philip en ik een paar dagen in een klein pension tussen Riel en Alphen : de wereld werd er kleiner door want de hotelier had in 1944 de piloot van die Thunderbolt op weg naar de eigen linies geholpen. Hij noemde ook de naam van de vlieger, die zal elders wel zijn opgetekend, ik ben ze vergeten. Die 12 mm patronen kunnen daar nog wel onder het maaiveld liggen in Riel.

    Toen in 1944 de electriciteit werd afgesloten bij de nadering van de geallieerden had niemand licht meer. Blijkbaar werd maar 1 leider afgeschakeld, want toen ik 1 draad in een contact stak en de andere draad tegen de zinken goot van mijn ‘kiet’ op zolder hield, had ik licht op halve kracht. Weldra brandden alle lampen in één huis van de wel 30000 die Tilburg rijk was : Ringbaan West 286. Vader en moeder waren absoluut stomverbaasad , ze begrepen niets van wat ‘onzen Harry nu weer heeft uitgehaald”

    Op 27 october 1944 liepen wij met vader terug naar huis door de Heuvelstraat. Bij de drogisterij van Eijsden gekomen hoorden we het gieren van granaten en we vluchtten het portiek van die winkel in waarna een granaat dichtbij insloeg : in de muur van de winkel van van Boxtel. Het waren Engelse granaten [zgn. 25-ponders] van het standaard veldgeschut dat het Engelse leger meebracht. In 1980 was even westelijk van van Eijsden een Turkse kruidenier die reclame maakte voor aan de Sultan gelieerd snoepgoed : Umwertung aller Werte in 36 jaar tijd want zijn winkel is tegenover de kerk van ’t Heike. Kort na 5 september [‘Dolle Dinsdag’] kreeg ik op het plein vóór de kerk van een Duitser op een pantserwagen en tevens op de terugweg naar Duitsland een stuk roggebrood met heel veel boter erop : de geschiedenis van de Heikese kerk en haar plein kent vele facetten want kort na de bevrijding zag ik er nog leden van de NSB die naar het politiebureau in de Mgr. Zwijsenstraat werden opgebracht. Het moest zo niet maar het gebeurde wel : er waren er bij die op de weg naar het bureau hun voeten niet aan de grond kregen van de schoppen die ze van de omstanders kregen. Waren het vrouwen dan liet men ze verder met rust, kaal geschoren waren ze wel en ook dat had men beter niet kunnen doen. Maar al met al verliep de bevrijding op deze punten gematigd, anders dan bijvoorbeeld in Frankrijk waar zonder proces terechtstellingen van collaborateurs met Duitsland een tijd lang aan de orde van de dag waren.

  • From Ad van Asten on 1893 Harry van Asten

    Onze vader in 1905. In fluwelen pak voor de “plechtige communie”.

  • From H.A.C. van Asten on 1933 Ap van Asten

    Toen Ap trouwde [Wenen 1963] gingen we er heen met een KLM DC7-C die [Ap geregeld] alleen voor ons vloog. Onderweg bij Frankfurt [daar is altijd een onweerfront] kwam er hevige remous waarvoor we de riemen moesten om doen. Moeder zat voorin de krant te lezen, toen de stewardess ‘Fasten your belts’ omriep , keek moeder lachend om en riep : ‘ik zit goed, dat hoeft niet’ , en ze ging door met het lezen van De Volkskrant.

  • From H.A.C. van Asten on 1931 Harry van Asten

    In september-oktober 1944 gingen we weer eens naar boer Verhoeven in Riel [waar we in de zomer voor de veiligheid al op het land hielpen] . De Engelse granaten [tussen twee fronten] vlogen toen al fluitend over ons heen, oostwaarts. In de schuur stond plotseling een witte Rode Kruis auto met twee Germaanse SS-ers in uniform : deserteurs. Ze waren uiterst voorzichtig en bleven binnen. Van een van hen kreeg ik een Berrington’s Taalgids [Engels, kwijt geraakt]. Ap herinnert zich dat we met onze bolderkar daarna twee koffers van die lui ophaalden [met burger kleren of zo ?], ze werden thuis in de kelder gezet en ze zijn later opgehaald, niet door die twee. Ze waren natuurlijk bang voor hun eigen mensen [desertie] maar ook voor de geallieerden [Germaanse SS, Nederlanders]. Deze herinnering zou kunnen verklaren waarom nog vóór de bevrijding bij ons een kist sterappels werd bezorgd met een briefje : ‘voor de paardenhandelaar van Asten’. Vermoedelijk was het een bedankje voor het onderdak brengen van de twee koffers. Het is namelijk wel mogelijk dat die deserteurs de boer gevraagd hebben wat wij en onze vader daar deden en boer Verhoeven kan zoiets gezegd hebben als ‘Oh , dat is een paardenhandelaar’ om de knapen niet achterdochtig en gealarmeerder te maken dan ze al waren. Ze kunnen later onze naam en adres gevraagd hebben. Als het zo gegaan is zijn ze kennelijk zonder kleerscheuren naar huis geraakt nadat ze bij hun onderdeel op de vlucht uit België waren ‘achtergebleven’.

  • From H.A.C. van Asten on 1893 Harry van Asten

    De bomen op de achtergond herinner ik me nog goed ! [vader had er later altijd spijt van dat hij de Amilcar verkocht had]. De koppeling was ‘automatisch’ : platen in olie zodat je altijd vloeiend wegreed [later methode bromfiets]. Ap is er bijna in geboren want op de rit naar het ziekenhuis was een rood stoplicht , naast Hotel Riche op De Heuvel. Ik was er ook bij en hield me vast aan de ‘zilveren’ [chroom] stang achter de [2] zitplaatsen. De stoelenbekleding was rood leer. Krullebol = H.A.C. van Asten (3 jaar)

  • From H.A.C. van Asten on 1931 Harry van Asten

    De bomen op de achtergond herinner ik me nog goed ! [vader had er later altijd spijt van dat hij de Amilcar verkocht had]. De koppeling was ‘automatisch’ : platen in olie zodat je altijd vloeiend wegreed [later methode bromfiets]. Ap is er bijna in geboren want op de rit naar het ziekenhuis was een rood stoplicht , naast Hotel Riche op De Heuvel. Ik was er ook bij en hield me vast aan de ‘zilveren’ [chroom] stang achter de [2] zitplaatsen. De stoelenbekleding was rood leer.
    krullebol = H.A.C. van Asten (3 jaar)